Vorig najaar reed ik voor het eerst een hele dag gravel in Twente, en halverwege de ochtend realiseerde ik me dat ik al ruim een uur geen auto had gezien. Geen enkele. Wonend in Hilversum ben ik gewend dat je op de Heuvelrug om de tien minuten een weg oversteekt en tussen de wandelaars door manoeuvreert. In Twente reed ik van zandpad naar houtwal naar bosweg, en de enige die me tegemoet kwam was een boer op een quad die zijn hand opstak.
Sindsdien ga ik er twee tot drie keer per jaar heen. Het is anderhalf uur rijden vanaf het Gooi, dus het is geen ochtendritje. Maar wat je ervoor terugkrijgt is het dichtstbijzijnde dat Nederland heeft bij het idee dat gravel eigenlijk oproept: lange onverharde stukken die niet om de kilometer worden onderbroken door asfalt, met net genoeg hoogtemeters om je benen eraan te herinneren dat ze bestaan.
Dit artikel is de vijfde in de serie over Nederlandse gravelregio’s, na de routes rondom Utrecht en Drenthe. Hieronder vijf gebieden die de moeite waard zijn, wat je er praktisch aan hebt, en waar ik zelf tegenaan ben gelopen.
Waarom gravel in Twente anders voelt

Twente heeft een landschapstype dat je in de rest van het land nauwelijks vindt: het coulisselandschap. Kleine akkers en weilanden, gescheiden door houtwallen en eikenrijen, die zich in lagen achter elkaar opstapelen als coulissen in een theater. Voor een fietser betekent dat continu wisselend uitzicht en, belangrijker, veel beschutting tegen de wind.
Daar komt bij dat de oostkant van Overijssel een stuwwallenlandschap is. Geen bergen, maar de Tankenberg bij De Lutte haalt met ongeveer 85 meter het hoogste punt van de provincie, en de Kuiperberg bij Ootmarsum en de Holterberg zitten daar niet ver onder. Op een rit van 60 kilometer kun je zonder moeite vierhonderd hoogtemeters verzamelen. Voor Nederlandse begrippen is dat serieus.
Het derde verschil is de wegenstructuur. Twente heeft veel oude zandwegen die nooit zijn geasfalteerd omdat ze simpelweg nergens heen gaan behalve naar een boerderij. Die wegen zijn openbaar, ze liggen er al honderd jaar, en er komt vrijwel niemand. Dat is de kern van waarom ik er graag rijd.
Vijf gebieden op een rij

Onderstaande vijf gebieden heb ik zelf gereden of ingepland. De afstanden zijn richtlijnen: in Twente kun je vrijwel elke lus met tien kilometer verlengen of inkorten zonder dat het karakter verandert.
| Gebied | Start | Afstand | Onverhard | Karakter |
|---|---|---|---|---|
| Losser en de grensstreek | Losser | 45 tot 60 km | circa 60% | Vlak tot licht golvend, veel bos |
| Landgoed Twickel | Delden | 35 tot 45 km | circa 55% | Landgoedwegen, brede lanen |
| Springendal en Ootmarsum | Ootmarsum | 50 tot 65 km | circa 65% | Het zwaarste, veel klimmetjes |
| De Lutte en de Tankenberg | De Lutte | 30 tot 40 km | circa 50% | Kort en steil, goed voor blokjes |
| Sallandse Heuvelrug | Holten | 45 tot 55 km | circa 50% | Open heide, meest fotogeniek |
1. Losser en de Duitse grens
Vanuit Losser fiets je binnen tien minuten Duitsland in, en dat is precies wat dit gebied leuk maakt. Aan de andere kant van de grens liggen brede, gladde bosbanen van het type dat je op Nederlands gravel zelden vindt. Je kunt er kilometers achter elkaar in hetzelfde tempo doorrijden, iets wat op de Veluwe nauwelijks lukt.
De Losserse Wielerclub organiseert hier in het voorjaar de Strade di Twente Gravel, met lussen van 40 tot 60 kilometer. Wie de sfeer wil proeven zonder zelf een route te bouwen kan daar meerijden: in 2026 was dat op 3 mei. De rest van het jaar is het gebied gewoon vrij toegankelijk.
Let op de ondergrond na een droge periode. Aan de Nederlandse kant liggen een paar stukken los zand die met 40 mm banden echt vervelend worden. Mijn eerste keer heb ik er twee keer moeten afstappen, wat me toen behoorlijk irriteerde en achteraf gewoon een bandenkeuze was.
2. Landgoed Twickel bij Delden
Twickel is met ruim vierduizend hectare een van de grootste particuliere landgoederen van Nederland, en het is doorsneden met beukenlanen en halfverharde landgoedwegen. Voor een eerste kennismaking met Twents gravel is dit wat mij betreft de beste keuze: goed berijdbaar, overzichtelijk, en je kunt na afloop in Delden op een terras zitten.
Het landgoed is ook een populair mountainbikegebied met aangelegde singletracks. Die laat je als gravelrijder links liggen. De brede lanen en de landwegen eromheen zijn ruim voldoende, en je zit de mountainbikers niet in de weg.
Wat me hier opvalt is hoe snel je in een ander landschapstype zit. Binnen een paar kilometer ga je van dichte beukenlanen naar open akkers met houtwallen naar een beekdal. Voor het gevoel rijd je drie routes in één.
3. Springendal en Ootmarsum
Dit is het zwaarste gebied van de vijf en ook mijn favoriet. Het Springendal is een bronnengebied met verrassend steile hellingen, en rondom Ootmarsum ligt een netwerk van zandwegen dat continu op en neer gaat. De Kuiperberg vlak bij het stadje is een korte, stevige beklimming waar je precies weet hoeveel je nog in de benen hebt.
Reken op meer hoogtemeters dan je vooraf inschat. Een lus van 60 kilometer kan hier makkelijk boven de vijfhonderd hoogtemeters uitkomen, verdeeld over tientallen korte klimmetjes. Het is een ander soort vermoeidheid dan een lange col: je benen krijgen nooit echt rust.
Praktisch punt: Ootmarsum zelf is druk met toeristen, zeker in het weekend. Start liever aan de rand of parkeer in een buitenwijk en rijd er in de laatste kilometers doorheen als de rit al gereden is.
4. De Lutte en de Tankenberg
Een compact gebied dat zich uitstekend leent voor kortere ritten of voor intervalwerk. De Tankenberg is met ongeveer 85 meter het hoogste punt van Overijssel, en eromheen liggen genoeg korte hellingen om er een blokkentraining van te maken. Wie werkt aan drempelvermogen kan hier prima een set van vier of vijf inspanningen wegzetten.
Voor een rustige toerrit is het misschien wat te veel van hetzelfde. Combineer het daarom met een uitstapje richting Oldenzaal of de Duitse grens, dan heb je alsnog een volwaardige ochtend.
5. Sallandse Heuvelrug vanuit Holten
Strikt genomen is de Sallandse Heuvelrug geen Twente maar Salland. Toch hoort hij in dit rijtje, want hij ligt op een half uur van de rest en het landschap is compleet anders: open heide in plaats van coulissen. Eind augustus staat de struikheide in bloei en is dit een van de weinige plekken in Nederland waar je over een zandpad rijdt met paars aan beide kanten.
Wel een belangrijke kanttekening: het is Nationaal Park en de heide is broedgebied voor onder meer het korhoen. Blijf op de aangegeven paden en wijk niet uit naar de heide zelf, ook niet voor een foto. Er staan borden bij de gebieden waar je niet mag komen, en ze staan er met reden. Wie zich daar niet aan houdt, verpest het voor de rest.
Wat je nodig hebt qua materiaal
Twente is geen technisch gebied, maar het zand is verraderlijk. Na een droge zomerweek zijn sommige zandwegen zo mul dat je stuur alle kanten op wil. Met 38 mm ben je er niet, en dat is de belangrijkste materiaalles die ik daar heb geleerd.
- Banden. Minimaal 45 mm, liever 47 tot 50 als je frame het toelaat. Een licht profiel op de schouders helpt in het losse zand, een gladde middenbaan houdt je snel op de harde bospaden.
- Bandenspanning. Lager dan je gewend bent. Op mijn 47 mm rijd ik daar rond de 2,0 bar bij zo’n 80 kilo rijklaar. Elke tiende bar minder scheelt merkbaar in het zand.
- Versnellingen. Een verzet van 1:1 of lichter is prettig. De klimmetjes zijn kort maar sommige zijn steil genoeg om je uit het zadel te dwingen, en op los zand wil je juist blijven zitten.
- Navigatie. Onmisbaar. Het wegennet is fijnmazig en veel zandwegen staan niet op ouderwetse bewegwijzering. Zonder route op je fietscomputer sta je om de vijf minuten stil.
Wie vanaf de mountainbike komt, merkt hier vooral hoe anders je stuurt op los zand met dropbars. Daar schreef ik eerder over in van MTB naar gravel, en Twente is een prima gebied om dat gevoel te oefenen.
Praktisch: heen komen en blijven slapen
Met de trein kom je er verrassend goed. Stations als Delden, Hengelo, Oldenzaal en Holten liggen vrijwel op de startpunten, en vanaf Hengelo zit je binnen een kwartier op onverhard. Vanuit de Randstad ben je in ongeveer twee uur ter plekke, wat een dagtrip realistisch maakt.
Toch is een overnachting de moeite waard. Twee ritten van vijftig kilometer in twee dagen is een prettiger verhouding tussen reistijd en fietstijd dan één rit van honderd. Rondom Ootmarsum en Delden zitten genoeg kleine campings en boerderijkamers. Wie het lichter wil aanpakken kan het combineren met een bikepacking setup voor een weekend en de twee dagen aan elkaar rijden.
Wil je liever meerijden met een georganiseerde tocht: de Broekhuis Hel van Twente vanuit Almelo heeft naast de racefietsroutes een gravelvariant van ongeveer 105 kilometer en sinds kort ook een kortere lus van rond de 65 kilometer. In 2026 viel die op woensdag 27 mei. Daarnaast is er GRIT, Gravel Ride In Twente, met routes van 80 en 125 kilometer verdeeld over twee data per jaar.
Wanneer je het beste kunt gaan

Eind augustus tot half oktober is wat mij betreft het beste raam. De heide bloeit, het licht wordt lager, de zomerdrukte is weg en de zandwegen zijn nog niet doorweekt. Na een natte periode in november verandert het karakter volledig: dan wordt het zwaar, modderig en vooral bruin.
Het voorjaar is de tweede optie, met als voordeel dat de houtwallen dan nog niet dicht zitten en je verder kijkt. Hoogzomer zou ik overslaan tenzij je vroeg vertrekt. Het zand is dan het mulst en de bossen bieden minder verkoeling dan je hoopt.
Tot slot
Twente vraagt een investering die de meeste Nederlandse gravelgebieden niet vragen: je moet er echt naartoe. Maar het levert iets op wat je dichter bij huis niet krijgt. Lange onverharde stukken zonder onderbrekingen, echte hoogtemeters, en een rust die op de Utrechtse Heuvelrug op zaterdagochtend simpelweg niet bestaat.
Begin bij Twickel als je het gebied nog niet kent, ga naar Springendal als je iets zwaarders zoekt, en plan de Sallandse Heuvelrug in eind augustus als de heide bloeit. Zorg voor banden vanaf 45 mm, een route op je fietscomputer en genoeg water, want winkels zijn schaars zodra je van de doorgaande wegen af bent.
Meer inspiratie voor Nederlandse routes vind je in het overzicht van de beste gravelroutes van Nederland. En rijd je zelf een mooie lus in Twente die hier niet bij staat, laat het weten. Dan neem ik hem mee op de volgende trip.




